# ControlHead / Bedienkast

## Functies van de toetsen:

De functie van de toetsen is afhankelijk van de huidige modus van de Autopilot.

![Standby modus](/files/-Mgkd_fmd1bHhcfr2mIW)

**A. Standby-modus** *("Standby" wordt weergegeven op het scherm)*

* **Pijltoetsen**: Bewegen de stang in en uit. Bij ingedrukt houden neemt de snelheid geleidelijk toe.
* **M-toets**: Opent het menu.
* **A-toets**: Activeert de Autopilot (Auto-modus).

**B. Auto-modus** (*Groene LED brandt, twee koersen zichtbaar op het scherm*)

![Auto modes](/files/-MgufHJDvQKTtNXS1Ek5)

* **Pijltoetsen**:
  * Bij een korte druk: koerswijziging van 1 graad.
  * Bij ingedrukt houden: eerst stappen van 5 graden, daarna oplopend met 10 graden tot max. 100 graden.
* **M-toets**: Opent het menu.
* **A-toets**: Deactiveert de Autopilot (terug naar Standby-modus).

**C. Menu-modus**

* **Pijltoetsen**: Navigeren omhoog en omlaag.
* **M-toets**: Selecteert en activeert de gekozen optie.
* **A-toets**: Gaat terug naar het startscherm.

## Functies in het menu:

&#x20; &#x20;

<figure><img src="/files/bJvmqMQju9iZNGNJgTn1" alt="" width="129"><figcaption></figcaption></figure>

### Tack - Overstagfunctie:

* Druk op **M** om de eerste menu-optie te selecteren: *Tack*.
* Druk nogmaals op **M** om de Tack-functie te activeren.
* Je keert automatisch terug naar het startscherm. De **groene LED knippert** als indicatie dat de overstagfunctie actief is.
* Gebruik de **pijltoetsen** om zo vaak als gewenst overstag te gaan.
* Om de overstagmodus te beëindigen, druk je **tweemaal op A**.
* Druk op **M** om de eerste menu-optie te selecteren: *Tack*.
* Instellingen voor overstag kun je aanpassen via de [**webinterface**](/autopilot/nederlands/bediening/webinterface-apps.md) op de pagina [**Profiles**](#profiles).

### **Mode – Koersbron selecteren**

* Druk op de **pijl naar rechts** om naar de tweede menu-optie *Mode* te gaan.
* Druk op **M** om de modus te selecteren.
* Afhankelijk van de beschikbare gegevens kun je kiezen uit:
  * **Kompas**
  * **GPS (COG)**
  * **Wind (schijnbaar)**
  * **True wind (ware wind)**
  * **Navigatie**
* Na het selecteren van de gewenste koersbron met **M**, keer je terug naar het startscherm door op **A** te drukken.

![](/files/-MhJKQipaoq-atfYb3RB)

De geselecteerde modus wordt aangeduid met een vierkantje rondom de letter:\
**C** = Kompas, **G** = GPS (COG), **W** = Schijnbare wind, **T** = Ware wind, **N** = Navigatie

#### Beschrijving van de modi

**Kompas (C)**\
De **Kompasmodus** is de meest basale modus en wordt altijd ondersteund dankzij de interne kompassensoren. Andere modi kunnen terugvallen op deze modus wanneer gegevens uit andere bronnen niet beschikbaar zijn. Kompasmodus houdt de boot gericht op een specifieke magnetische koers. Bij het eerste gebruik van de Autopilot wordt aanbevolen om deze modus te testen, omdat andere modi vaak ook afhankelijk zijn van een goed werkend kompas.

**GPS (G)**\
De **GPS-modus** gebruikt de GPS-koers (COG) om de oriëntatie van de boot aan te passen. Dit zorgt ervoor dat de boot zich in een specifieke richting ten opzichte van ware noord beweegt.

{% hint style="info" %}
Let op: dit hoeft niet noodzakelijk de richting te zijn waarin de boot wijst, bijvoorbeeld door drift of stromingen.&#x20;
{% endhint %}

GPS-modus is vooral handig om een vaste vaarrichting over de grond te behouden. Door de relatief lage updatesnelheid van GPS blijven het kompas en de gyroscopen essentieel voor snelle koerscorrecties.

**Schijnbare wind (W)**\
De **Windmodus** gebruikt de schijnbare wind, gemeten door windsensoren, om de boot onder een vaste hoek ten opzichte van de wind te sturen.\
Deze modus is vooral nuttig bij het zeilen aan de wind en bij wisselende windrichtingen. Indien nodig kan ruis in de windmeting worden gedempt of afgestemd voor een stabieler stuurgedrag.

**Ware wind (T)**\
De **Ware windmodus** combineert de schijnbare windgegevens met de snelheid door het water (of GPS-snelheid indien geen watersnelheidsmeter aanwezig is) om de ware windrichting over het water (of de grond) te berekenen.\
De autopilot stuurt vervolgens op basis van deze ware windhoek.\
Deze modus is vooral geschikt voor voor-de-windse koersen, waarbij plotselinge versnellingen anders grote invloed zouden hebben op de schijnbare wind.

**Navigatie (N)**\
Wanneer u een waypoint of route activeert in uw navigatieprogramma en deze informatie naar de autopilot verzendt, wordt de functie **N - Navigation To Waypoint** beschikbaar in de "mode"-selectie.\
Door deze modus in de **AUTO-stand** te kiezen, zal de autopilot automatisch naar het geselecteerde waypoint sturen.

{% hint style="info" %}

* Wanneer het waypoint of de route wordt geannuleerd, houdt de Autopilot de actuele koers vast, gebaseerd op GPS/COG.
* Als u vervolgens een nieuw waypoint of route activeert, zal de autopilot automatisch deze nieuwe bestemming volgen, mits u in **Navigation Mode** blijft.
* Wijzigt u handmatig van modus (bijvoorbeeld naar Standby of een andere automatische modus), dan zal de Autopilot het actieve waypoint of de route niet langer volgen.
  {% endhint %}

### Profile

Selecteer hier een van de aangemaakte stuurprofielen.\
Nieuwe profielen kunt u aanmaken en aanpassen via de [webinterface](/autopilot/nederlands/bediening/webinterface-apps.md) onder [*Profiles*](#profiles) en [*Tuning*](/autopilot/nederlands/bediening/webinterface-apps/tuning.md).

### **Backlight – Achtergrondverlichting**

* Selecteer deze optie met **M**.
* Gebruik de **pijltoetsen** om het scherm lichter of donkerder te maken.
* De helderheid van de **groene LED** (zichtbaar in Auto-modus) past zich automatisch mee aan.

### **Contrast**

* Selecteer deze optie met **M**.
* Pas het contrast aan met de **pijltoetsen**.
* Bevestig de instelling met **M** om deze op te slaan.

### Compass (lock)

* Selecteer deze optie met **M**
* Kies voor 'locked' of 'unlocked'
* Bevestig de instelling met **M** om deze op te slaan.

### WiFi

Heeft u via de webinterface de WiFi-modus gewijzigd naar *Client mode* en is de webinterface daardoor niet meer bereikbaar? Volg dan deze stappen om het standaard WiFi Access Point te herstellen:

1. Ga naar het menu **Settings** en druk op **M**.
2. Kies **Control**, vervolgens **WiFi**, en selecteer **Defaults** met **M**.
3. Druk op **A** om terug te keren naar het startscherm.

Na enkele ogenblikken zal het WiFi-accesspoint *pcnautic\_AP* weer zichtbaar zijn.

Het **IP-adres** van het apparaat staat onderaan in het WiFi-menu vermeld.

### Info

Selecteer deze optie met **M** om de huidige firmware versie weer te geven

{% hint style="info" %}
**Tip:** Voor het aanpassen van overige instellingen wordt aanbevolen gebruik te maken van de [**webinterface**](/autopilot/nederlands/bediening/webinterface-apps.md) voor meer overzicht en controle.
{% endhint %}


---

# Agent Instructions: Querying This Documentation

If you need additional information that is not directly available in this page, you can query the documentation dynamically by asking a question.

Perform an HTTP GET request on the current page URL with the `ask` query parameter:

```
GET https://pcnautic.gitbook.io/autopilot/nederlands/bediening/controlhead-bedienkast.md?ask=<question>
```

The question should be specific, self-contained, and written in natural language.
The response will contain a direct answer to the question and relevant excerpts and sources from the documentation.

Use this mechanism when the answer is not explicitly present in the current page, you need clarification or additional context, or you want to retrieve related documentation sections.
